Repertoire

Kodály, Zoltán - Adventi ének

Veni veni, Emmanuel captivum solve Israel,
qui gemit in exsilio, privatus Dei Filio.
 
R: Gaude! Gaude! Emmanuel,
nascetur pro te Israel!
 
Veni, O Sapientia, quae hic disponis omnia,
veni, viam prudentiae ut doceas et gloriae.
R.
 
Veni, veni, Adonai, qui populo in Sinai
legem dedisti vertice in maiestate gloriae.
R.
 
Veni, O Iesse virgula, ex hostis tuos ungula,
de specu tuos tartari educ et antro barathri.
R.
 
Veni, Clavis Davidica, regna reclude caelica,
fac iter tutum superum, et claude vias inferum.
R.
Veni, veni O Oriens, solare nos adveniens,
noctis depelle nebulas, dirasque mortis tenebras.
R.
 
Veni, veni, Rex Gentium, veni, Redemptor omnium,
ut salvas tuos famulos peccati sibi conscios.
 
O kom, o kom, Immanuel
 
O kom, O kom, Immanuel,
verlos uw volk. uw Israël,
herstel het van ellende weer,
zodat het looft uw naam, O Heer!
 
R Weest blij, weest blij, o Israël!
Hij is nabij, Immanuel!
 
O kom, Gij wortel Isaï,
verlos ons van de tirannie,
van alle goden dezer eeuw,
O Herder, sla de boze leeuw.
R
 
 
O kom, Gij sleutel Davids, kom
en open ons het heiligdom;
dat wij betreden uwe poort,
Jeruzalem, o vredesoord!
R
 
O kom, O kom, Gij Oriënt,
En maak uw licht alom bekend;
verjaag de nacht van nood en dood,
wij groeten reeds uw morgenrood.
 
O kom, die onze Heerser zijt,
in wolk en vuur en majesteit.
O Adonai die spreekt met macht,
verbreek het duister van de nacht.
R
 
O kom O kom, U, Koning der volkeren,
kom, Verlosser van de mensheid, 
om uw dienaren die zich bewust zijn
van hun zonden te redden.
R

< vorige pagina