Repertoire

Monteverdi, Claudio - Maria Vespers, Magnificat

Magnificat a 7 voci e 6 instrumenti

 
Magnificat anima mea Dominum
et exultavit spiritus meus in Deo salutari meo.
 
Quia respexit humilitatem
ancillae suae: ecce, enim ex hoc
beatam me dicent omnes
generationes.
Quia fecit mihi magna qui potens est:
et sanctum nomen eius.
Et misericordia eius
a progenie in progenies
timentibus eum.
Fecit potentiam in brachio suo,
dispersit superbos mente cordis sui.
Deposuit potentes de sede
et exaltavit humiles.
Esurientes implevit bonis
et divites dimisit inanes.
Suscepit Israel puerum suum,
recordatus misericordiae suae.
Sicut locutus est ad patres nostros,
Abraham et seminieius
in saecula.
Gloria Patri et Filio
et Spiritui Sancto.
Sicut erat in principio, et nunc,
et simper, et in saecula seaculorum.
Amen.
 
 
Mijn ziel prijst en looft de Heer,
mijn hart juicht om god, mijn redder:
 
Hij heeft oog gehad voor mij,
zijn minste dienares. Zie, alle
geslachten zullen mij voortaan gelukkig
prijzen.
Ja, grote dingen heeft de Machtige
voor mij gedaan, heilig is zijn naam.
Barmhartig is hij,
van geslacht op geslacht,
voor al wie hem vereert.
Hij toont de macht en de kracht van zijn arm,
En drijft uiteen wie zich verheven wanen.
Heersers stoot hij van hun troon
en wie gering is geeft hij aanzien.
Wie honger heeft overlaat hij met gaven,
Maar rijken stuurt hij weg met lege handen.
Hij trekt zich het lot aan van Israel, zijn dienaar,
zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd:
Hij herinnert zich zijn barmhartigheid
jegens Abraham en zijn nageslacht,
tot in eeuwigheid.
Eer aan de Vader en de Zoon
en de Heilige Geest.
Zoals het zal zijn in het begin en nu en altijd
tot in de eeuwen der eeuwen.
Amen.

< vorige pagina