Repertoire

Pärt, Arvo - Kanon Pokajanen, Ode I

Ode I

Yako po suhu pesheshestvovav Izrail
po bezdnye stopami,
goniteluya faraona vidya potoplyayema,
Bogu pobyednuyu pyesn poim, vopiyashe.
pomiluy mya, Bozhe, pomiluy mya.
 
Nïnye pristupih az
greshnïy iobremakyennïye k Tyebye,
zhe vzirati na nyebo, tokmo molyusya,
glagolya: dazhd mi, Gospodi, um,
da plachusya syel moih gorko.
pomiluy mya, Bozhe, pomiluy mya.
 
O, gorye greshnomu!
pach vsyeh chelovyek okyanyen yesm,
pokayaniya nuyest vo mnye;
dzhd mi, Gospodi, slyezï,
da plachusya, dyel moih gorko.
slava Otsy i Sïnu
i Svyatomu Duhu.
 
Byezumnye, okgubishi;
pomïsli shitiyeye tvoye,
i obratisya ko Gospody Bogu,
i plachisya odyelyeh tvoih gorko.
i nïnye i prisno
i vo vyeko vyekov. Amin.
 
Mati Boshiya Prechistaya,
vozzri na mya greshnago,
i ot syeti diavoli isbavi mya,
i naput pokayaniya nastavi mya,
da plachusya dyel moih gorko.

 

Ode I
Toen Israël over de zeebodem was getrokken
alsof het vaste grond was en zijn achtervolger,
de Farao, zag ondergaan in de golven,
riep het luid: Laat ons God een overwinningslied zingen!
 
Erbarm u over mij, o God, erbarm U over mij!
Nu treed ik zondig en belast tot U, mijn
Gebieder en God en durf niet op te zien
naar de hemel, maar bid alleen en spreek:
Geef mij inzicht o Heer, zodat ik mijn
daden bitter beween.
 
Erbarm u over mij, o God, erbarm U over mij!
Wee mij zondig mens! Ik, armzaliger dan
alle mensen: Ik voel geen berouw in mij.
Geef mij tranen o Heer, zodat ik mijn daden
bitter kan bewenen.
 
Ere zei de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
O dwaas, ellendig mens, je tijd verglijdt in traagheid;
overdenk je leven en keer om tot God, de Heer, beween je daden bitter.
Nu en immer en van eeuwigheid tot
eeuwigheid.
Amen.
 
Moeder Gods, alreine, zie op mij zondaar
neer. Bevrijd mij uit de netten des duivels en
leid mij op weg der boetedoening, opdat ik
mijn daden bitter beween.

 


< vorige pagina