Repertoire

Pärt, Arvo - Kanon Pokajanen, Ode IV

Ode IV

Hristos moya sila, Bog i Gospod,
chestnaya Tserkov Bogolyepno poyet,
vzïvayushchi ot smïsla chista,
o Gospodye prazdnuyushchi.
Pomiluy mya, Bohzhe, Pomiluy mya.
 
Shirok put zdye i ugodnPomiluy mya,
Bohzhe, Pomiluy mya.y slasti tvoriti,
no gorko budyet v poslyedniy dyen,
yegda dusha ot tyela razluchatisya budyet:
blyudisya ot sih, chelovyeche,
Tsarstviya radi Bozhiya.
Pomiluy mya, Bohzhe, Pomiluy mya.
 
Pchto ubogago obidishi,
mzdu nayemnichu udyerzhuyeshi,
brata tvoyego nyelyubishi,
blud i gordost gonishi?
Ostavi ubo siya, dushe moya, i pokaysya
Tsarstviya radi Bozhiya.
Slava Otsu i Sïnu
i Svyatomu Duhu.
O, bezumnïy chelovyeche,
dokolye uglerayushchi bo gatstvo Tvoye?
Vskorye bopogibnet, yako prah i pepyel:
no bolyeye vzïshchi Tasrstvivya Bozhiya.
I nïnye i prisno
i vo vyeko vyekov. Amin.
 
Gospodzhe Bogoroditse, pomiluy mya
greshnago, i vdobrodyetyeli ikrepi,
i sobluydi mya, da naglaya smyert nye
pohitit mya nyegotovago, i dovyedi mya,
Dyevo,Tsarstviya Bozhiya.
Ode IV
Christus is mijn kracht, mijn God en
Heer, zo zingt de verheven kerk.
Roepend met een zuiver gemoed,
looft ze de Heer.
Erbarm U, o God, erbarm U over mij!
 
Breed is hier de weg en ideaal om
hartstochten te botvieren, maar bitter
zal het zijn op de jongste dag wanneer
de ziel van het lichaam gescheiden wordt.
Neem U in acht, o mens,
ter wille van het rijk Gods.
Erbarm U, o God, erbarm U over mij!
 
Waarom beledig je de armen,
waarom houd je het loon van de dagloner
achter, heb je je broeder niet lief,
jaag je ontucht en hoogmoed na?
Zie er van af, mijn ziel, en doe boete ter
wille van het rijk Gods.
Ere zij de Vader en de Zoon
en de Heilige Geest.
O dwaas! Hoe lang wil je nog, zoals de
bij, opgaan in het vergaren van je rijkdom!
Al spoedig namelijk vergaat hij tot stof en
as. Zoek veeleer het Rijk Gods.
Nu en immer
en van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
 
Gebiedster, Moeder van God, erbarm U
over mij zondaar, en sterk mij in de deugd
en bewaar mij, zodat de plotselinge dood
mij niet onvoorbereid wegrukt en leid
mij, o Maagd, naar het rijk Gods.

< vorige pagina