Repertoire

Pärt, Arvo - Kanon Pokajanen, Ode VII

Ode VII

(Memento, 1994)
Rosodatyelnu ubo peshch sodyela
angyel prepodobmïm otrokom,
haldei zhe opalyayushcheye vyeleniye
Bozhiye, muchitelya uvye shcha vopiti:
blagoslovyen yesi, Bozhe othets nashih.
Pomilyu mya, Bozhe, pomiluy mya.
Nye nadyeysya, dushe moya,
natlennoye bogatstvo i na nyepravednoye
sobraniye, vsya bo siya nye vyesi komu
ostavishi, no vozopiy:
pomiluy mya Hristye Bozhe, nyedostoynago.
Pomilyu mya, Bozhe, pomiluy mya.
Nye upovay, dushe moya,
na tyelyessnoye zdraviye
ina skoromimohodyaschchuyu,
krasotu, vidishibo, yako silnii
i mladii umirayut; no vozopiy:
Pomilyu mya, Hristye Bozhe, nyedostoynago.
Slava Ottsu i Sïnu i Svyatomu Duhu.
Vspomyani, dushe moya, vechnoye shitiye,
Tsarstvo Nyebyesnoye,
ugotovannoye svyatïm,
i tmu kromyeshnuyu i gnyev Bozhiy zlïm,
i vozopiy: Pomiluy mya, Hristye Bozhe,
nyedostoynago.
I nïnye i prisno i vo vyeko vyekov. Amin.
Pripadi, dushe moya,
k Bozhiyey Matyeri i pomolisya Toy,
yest bo skoraya pomoshchnitsa
kayushchimsya umolit Sïna Hrista Boga,
i pomiluyet mya nyedostoynago.
 

Ode VII

(Memento, 1994)
De engel bracht dauw voor de godvrezende
jongelingen in de vurige oven.
Het bevel van God dat wel de Chaldeeën
verbrandde, overtuigde de tirannen en zij
riepen: Gezegend zijt Gij, God onze Vader.
Erbarm U over mij, o God, Erbarm U!
Mijn ziel, hoop niet op vergankelijke rijkdom,
noch op ten onrechte vergaarde
bezittingen; want je weet niet aan wie je
dat alles nalaat, smeek veeleer:
Erbarm U over mij, Christus Heer,
over mij onwaardige.
Erbarm U over mij, o God, Erbarm U!
 
Mijn ziel, vertrouw niet op de lichamelijke
gezondheid noch op de schoonheid
die snel vergaat; want je ziet hoe sterke en
jonge mensen sterven, smeek veeleer:
Erbarm U Christus Heer,
over mij onwaardige.
Ere zij de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
 
Gedenk mijn ziel het eeuwige leven en
het hemelrijk voor de heiligen. Gedenk de
buitenste duisternis en de toorn van God
voor de kwaden en smeek: Erbarm U,
Christus God, over mij onwaardige.
Nu en immer en van eeuwigheid tot
eeuwigheid. Amen.
 
Mijn ziel, kniel neer voor de Moeder van
God, en bid tot haar, want zij is voor allen
die boete doen de snelle hoedster. Zij zal
smeken tot haar Zoon, Christus God, en
Zich erbarmen over mij onwaardige.

< vorige pagina