Repertoire

Pärt, Arvo - Kanon Pokajanen, Ode VIII

Ode VIII

Is plamenye prepodonïm rosu isto chil yesi
i pravyednago zhertvu vodoyu
popalilyeshi: vsya bo tvorishi,
Hristye tokmo yezhe hotyeti.
Tya prevoznosim vovsya vyeki.
Pomiluy mya, Bozhe, pomiluy mya.
Kako nye imam plakatisya,
yegda pomïshlyayu smyert,
vidyekh bo vo grobye lyezhashcha brata
moyego, byesslavna i byezobrazna?
Shto ubo chayu, ina shto na dyeyusya?
Tokmo dazhd mi, Gospodi, prezhdye
kontsa pokayaniye.
Pomiluy mya, Bozhe, pomiluy mya.
Kako nye imam plakatisya,
yegda pomïshlyayu smyert,
vidyekh bo vo grobye lyezhashcha brata
moyego, byesslavna i byezobrazna?
Shto ubo chayu, ina shto na dyeyusya?
Tokmo dazhd mi, Gospodi,
prezhdye kontsa pokayaniye.
Slava Ottsu i Sïnu i Svyatomu Duhu.
Vyeruyu, yako priidyeshi suditi zhivih,
i myertvïh, i vsi vo svoyem chinu stanut,
starii i mladii, vladïki i knyazi,
dyevï i svya shchennitsï;
gdye obryashchusya az?
Syego radi vopiyu: dazhd mi,
Gospidi, prezhdye kontsa pokayaniye.
I nïnye i prisno
i vo vyeko vyekov. Amin.
Prchistaya Bogoroditse,
priimi nyedostoynuyu molitvu moyu
i sohrani mya ot na glïya smerti,
i daruy mi prezdye kontsa pokkayaniye.
 
Ode VIII
Voor de vromen laat U dauw uit de vlam
ontspringen en het offer van de rechtvaardigen
door water in vlammen opgaan,
want uw wil geschiede, Christus.
Wij verheerlijken U tot in de eeuwigheid.
Erbarm U God, Erbarm U over mij!
 
Als ik aan de dood denk,
moet ik wel wenen.
want ik zag mijn broeder zonder pracht
en gedaante in het graf liggen.
Waar wacht ik en hoop ik dus op?
Schenk mij alleen voor het einde
berouw, Heer.
Erbarm U, God, Erbarm U over mij!
 
Als ik aan de dood denk,
moet ik wel wenen.
Want ik zag mijn broeder zonder pracht
en gedaante in het graf liggen.
Waar wacht en hoop ik dus op?
Schenk mij alleen voor het einde
berouw Heer.
Ere zij de Vader en de Zoon
en de Heilige Geest.
 
Ik geloof dat U zal komen om te oordelen
de levenden en de doden. Allen zullen op
hun plaats in de rangorde staan, ouden en
jongen, heren en vorsten, maagden en priesters.
Waar zal ik staan?
Daarom smeek ik:
Schenk mij berouw voor het einde, Heer.
Nu en immer
en van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
 
Alreine Moeder Gods,
neem aan mijn onwaardig gebed
en bewaar mij voor de plotselinge dood,
en schenk mij voor het einde berouw.
 
 

< vorige pagina