Repertoire

Rachmaninov, Sergej - Vespers, 9. Blagosloven, yesi, Ghospodi

Blagosloven yesi, Ghospodi

Blagosloven yesi, Ghospodi, nauchi mya opravdanyem Tvoim.
Angelskiy sobor udivisya,
zrya Tebe v mertvykh vmenivshasya,
smertnuyu zhe, Spase, krepost razorivsha,
i s Soboyu Adama vozdvigsha, i ot ada fsia svobozhdsha.
 
Blagosloven yesi, Ghospodi, nauchi mya opravdanyem Tvoim.
 
“Pochto mira s milostivnymi slezami,
o uchenitsy, rastvoryayete?”
blistayaisya vo grobe angel, mironositsam veshchashe:
“Vidite vy grob, i urazumeite:
Spas bo vozkrese ot groba.”
 
Blagosloven yesi, Ghospodi, nauchi mya opravdanyem Tvoim.
 
Zelo rano mironositsy techakhu
ko grobu Tvoyemu rydayushchiya.
no predsta k nim angel, i reche:
“Rydaniya vremya presta ne plachite,
voskresnye zhe apostolom rtsyte.”
 
Blagosloven yesi, Ghospodi, nauchi mya opravdanyem Tvoim.
 
Mironositsy zheny, s miry prishedshyya
ko grobu Tvoyemu, Spase, rydahu.
Angel zhe k nim reche. Glagolia:
“Chto s mertvymi zhivago pomyshlyayete?
Yako Bog vo voskrese ot groba.”
 
Slava Otsu, i Synu, I Svyatomu Dukhu.
 
Poklonimsia Ottsu, i Yego Sinovi, i Sviatomu Duhu
Sviatey Troitse vo yedinom sushchectve
S Serafimi zovushche:
“Sviat, sviat, sviat yesi Ghospodi.”
 
I nine, i prisno, i vo veki vekov. Amin.
 
Zhiznodavtsa rozhdshi,
greha, Devo, Adama izbavila yesi.
Radost zhe Eve v pechali mesto podala yesi:
padshiya zhe ot zhizni, k sei napravi,
iz Tebe voplotivyisya Bog i chelovek
 
Allilúiya, allilúiya, allilúiya, sláva Tebé, Bózhe!
Allilúiya, allilúiya, allilúiya, sláva Tebé, Bózhe!
Allilúiya, allilúiya, allilúiya, sláva Tebé, Bózhe!

Gezegend zijt Gij, o Heer 

Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw geboden.
De engelen waren vervuld met eerbied
toen zij U zagen onder de doden.
Door de macht des doods te vernietigen, o Heiland,
U schiep Adam en redde alle mensen van de hel!
 
Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw geboden.
 
“Waarom vermengt U mirre met Uw tranen van erbarmen,
o, vrouwen discipelen?”
riep de stralende engel in het graf tot de mirredragers.
“Aanschouw het graf en begrijp:
de Redder is opgestaan uit de dood!”
 
Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw geboden.
 
Heel vroeg in de ochtend
haastten de mirredragers zich bedroefd naar Uw graf,
maar een Engel kwam naar ze toe en zei:
“De tijd van droefheid is voorbij!
Ween niet, maar maak de wederopstanding bekend aan de apostelen!”
 
Gezegend zijt Gij, o Heer, leer mij Uw geboden.
 
De mirredragers waren bedroefd
toen ze Uw graf naderden,
maar de Engel sprak tot hen:
“Waarom rekenen jullie de levenden tot de doden?
Want Hij is God, Hij is opgestaan uit het graf!”
 
Glorie aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest.
 
Wij aanbidden de Vader, de Zoon en de Heilige Geest:
de Heilige Drieëenheid, één in wezen!
Wij roepen uit met de Serafim:
“Heilig, heilig, heilig zijt Gij, o Heer!”
 
Voor nu en altijd tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.
 
Omdat U het leven schonk aan de Schenker van het Leven, o Maagd,
U verloste Adam van zijn zonden!
U gaf vreugde aan Eva in plaats van droefheid!
De Godsman die is geboren uit U
heeft het leven teruggegeven aan hen die het leven verlaten hadden!
Halleluja, halleluja, halleluja, glorie aan U, o God!
Halleluja, halleluja, halleluja, glorie aan U, o God!
Halleluja, halleluja, halleluja, glorie aan U, o God!

< vorige pagina